LNG-accijnskorting vervalt, Platform stelt position paper bio-LNG op

Al jaren zet het Nationaal LNG Platform zich in voor een substantiële regeling ten behoeve van schoner transport. Eind vorig jaar heeft dit – mede door de inspanning van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat – geresulteerd in de LNG-subsidieregeling 2021 waarin LNG gecompenseerd wordt voor 18,7 eurocent per kilogram. Hiervoor is voor 2021 een budget van 4,6 miljoen euro vrijgesteld.

Blijvende groei LNG-markt
Als verwacht, is dit budget helaas ontoereikend om gedurende het hele jaar de prijs van LNG met 18,7 eurocent te kunnen verlagen. De markt voor (bio-)LNG blijft zich ontwikkelen, wat ondertussen resulteert in 1.000 Nederlandse LNG-trucks op de weg. Zoals we in 2020 al zagen, groeit de LNG-markt in onze buurlanden nog sterker, mede door de verlenging van de Maut-vrijstelling tot 1 januari 2024 en de LNG-stimuleringsregeling in België tot eind 2021. Uiteraard is dit prachtig nieuws. De keerzijde is echter dat het einde van het budget voor de LNG-subsidieregeling bijna in zicht is. Dit betekent, dat de korting van 18,7 cent, zoals deze nu bij alle LNG-tankstations in Nederland geldt, dit jaar sneller vervalt dan verwacht. De einddatum wanneer het toegekende subsidiebedrag op is verschilt per LNG-aanbieder. De verwachting is dat dit de komende maanden het geval zal zijn.

Position paper bio-LNG
Het Nationaal LNG Platform betreurt de snelle uitloop van de LNG-subsidieregeling. Daarom blijven we ons inzetten om te komen tot structurele oplossingen. We hebben onze visie hierover beschreven in het ‘position paper bio-LNG’. Hiermee willen we in samenspraak met de overheid en de politiek tot een robuuste lange termijn aanpak komen voor hernieuwbare energiedragers in het wegvervoer en hopen hierin ook op u te kunnen rekenen.

We vinden het onder andere belangrijk dat:

  • de huidige LNG-business case stabiel blijft en een voldoende lange termijn perspectief biedt voor de transitie naar bio-LNG;
  • er een invoering van een nultarief komt voor biogene brandstoffen, waardoor bio-LNG kan concurreren met fossiele tegenhangers;
  • de productie van bio-LNG van Nederlandse bodem geborgd wordt, aangezien dit kan leiden tot 100% CO₂-reductie ten opzichte van dieselgebruik in het wegtransport.

Blijven samenwerken, ook met u!
Om het zwaartransport te verduurzamen blijft het Nationaal LNG Platform zich inzetten voor een structurele oplossing. De transportsector moet kunnen rekenen op een stabiel lange termijnperspectief. Dit vertrouwen is noodzakelijk om de transitie richting bio-LNG verder te kunnen doorzetten.

Dit kunnen we niet alleen, daarbij hebben we ook uw steun en hulp nodig. Daarom organiseren we op 7 juli 2021 een participanten bijeenkomst waarbij we graag uw ideeën ontvangen hoe we ons gezamenlijk hard kunnen maken om te komen tot een juiste beprijzing van LNG.

Robert Goevaers blikt terug op 10 jaar Nationaal LNG Platform

Het Nationaal LNG Platform bestaat tien jaar. Middels vijf artikelen blikken we terug op 10 jaar (bio-)LNG-ontwikkeling in Nederland. Hierbij het laatste artikel waarin scheidend voorzitter Robert Goevaers ons een klein kijkje in de keuken geeft van de belangrijkste (bio-)LNG-ontwikkelingen die hij meemaakte de afgelopen jaren.

“Als ik terugkijk, kan ik mijn afgelopen tien jaar bij het Nationaal LNG Platform opknippen in drie tijdsvakken”, trapt Robert Goevaers dit interview af. “Twee tijdsvakken zijn bepalend geweest voor de ontwikkeling van LNG in Nederland en voor de aanzet tot bio-LNG. In het huidige tijdvak zal bio-LNG zich door ontwikkelen en uiteindelijk van Nederlandse bodem gaan komen.”

Het LNG-avontuur van Robert Goevaers start in 2008, waar hij de rol van secretaris vervult voor het Platform Duurzame Mobiliteit. Op dat moment wordt LNG vanuit de Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken en de leden van het Platform Duurzame Mobiliteit als belangrijke brandstof-ontwikkeling voorgesteld. Vier jaar later start hij als business developer in de rol van Programma Manager bij het Nationaal LNG Platform. In 2016 wordt hij interim-voorzitter om vervolgens in 2017 de voorzittershamer definitief ter hand te nemen. Robert Goevaers: “Mijn geloof in LNG kwam in 2008 voort uit het geluidsvoordeel dat LNG opleverde. Dit had grote voordelen voor de supermarkt retail. Dit, gecombineerd met supermarktafval dat de grondstof vormt voor bio-LNG,  sloot feilloos aan bij de duurzaamheidsvisie van de retail. Omdat de techniek opschaalbaar bleek, vielen in drie tot vijf jaar alle stukjes op z’n plaats. Nu supermarktvervoerders gaan rijden op bio-LNG dat voortkomt uit ‘eigen afval’ is voor mij de cirkel rond.”

2013 – 2017: Greendeal Rijn & Wadden
“Deze periode is echt de eerste fase geweest van LNG in Nederland. We realiseerden ons toen pas goed, hoe complex het was een nieuwe techniek voor de transportsector in de markt te zetten waarbij we de tankinfrastructuur én betrouwbaarheid op orde moesten zien te krijgen. In deze fase hebben we tegelijkertijd heel veel meters gemaakt. Er zijn uit het niets 15 LNG-tankstations gebouwd en 450 LNG-trucks op de Nederlandse markt gekomen.”

Ook blikt Robert Goevaers terug op het ‘het foutje van Financiën’ dat het Nationaal LNG Platform de nodige hoofdbrekens heeft gekost: “In deze periode besloot het Ministerie van Financiën alle accijnzen voor gasvormige brandstoffen op hetzelfde niveau te zetten. Op zich geen gekke gedachte, het punt was echter dat LPG al zo’n 40 jaar bestond en CNG al zeker 20 jaar verkrijgbaar was. Kortom, deze brandstoffen zijn gedurende tientallen jaren voor een laag tarief in de markt gezet om de aanloopfase te overbruggen. De belangrijkste reden daarvoor was de investering van bedrijven in de tankstations. Als vervolgens de brandstof te duur werd, zou er niets afgenomen worden. Hier ging het mis met LNG: LNG was net verkrijgbaar op de markt, maar kreeg van het Ministerie dezelfde behandeling als LPG en CNG. Hierdoor zou tarief van LNG van 15 cent naar 32,5 cent zijn gegaan. Daar hebben we als Nationaal LNG Platform op ingegrepen. We hebben geregeld dat van 2013 tot 2018 accijns niet werden verhoogd. Dat was echt onmisbaar om de LNG-markt van de grond te krijgen. Als het voorgestelde accijnstarief toen was blijven bestaan, was de business case zo marginaal geweest dat niemand daar was ingestapt. Dit bleek een goede keuze.

2017 – 2020: Green Deal bio-LNG
Robert Goevaers vervolgt: “Toen we dachten dat we de moeilijkste periode hadden gehad, liep het Convenant Rijn & Wadden af. Het Ministerie was tevreden en gaf aan klaar te zijn met LNG. Daar dachten onze leden anders over; we waren nog lang niet klaar, we stonden juist op het meest kwetsbare punt: er was heel veel geïnvesteerd, nu werd het tijd voor de echte LNG-doorbraak.”

Gelukkig werd in dezelfde tijd het verdrag van Parijs getekend waaruit bleek dat Nederland in een versneld tempo het gebruik van fossiele brandstoffen moest afbouwen. Het Ministerie overwoog een nieuw Convenant op te stellen, gefocust op bio-LNG. Dat bleek een complex vraagstuk. Robert Goevaers: “Onze leden hadden jarenlang kapitalen geïnvesteerd in LNG en ontvingen ineens de boodschap dat ze moesten overstappen op bio-LNG. Zo makkelijk werkt die overstap niet in de praktijk. Vanaf dat moment hebben we met de leden en het Ministerie de stap naar bio-LNG verkend waardoor het voor het Ministerie duidelijk werd dat LNG de drager is van bio-LNG en dat het onmogelijk is bio-LNG te ontwikkelen zonder LNG. Uiteindelijk hebben we in 2018 de Greendeal bio-LNG getekend.”

En hier hield de complexiteit niet op. Robert Goevaers: “Wat het allerbelangrijkste is geweest gedurende dat Convenant, zijn de onderhandelingen over het Klimaatakkoord. Dat was me een klus voor het Platform. Uiteindelijk is het dankzij de samenwerking met evofenedex, TLN, RAI, BOVAG en een aantal Nederlandse bedrijven als Albert Heijn, Lidl en Unilever gelukt veel van onze wensen in het Klimaatakkoord te krijgen. En dat was echt nodig.”

Wat hebben de partijen met elkaar voor elkaar gekregen? Een opsomming:

  • REDII met de opschaling van de bijmengverplichting
  • Vangnet van 200 miljoen euro als de HBE-waarde onder een bepaald niveau komt
  • Tweede compensatieregeling van drie jaar

En dat is niet alles dat zich in het tweede tijdvak heeft afgespeeld. Robert Goevaers: “In die periode is de LNG-techniek gegroeid, het is betrouwbaar en staat nu als een huis. Daarnaast zijn er in de afgelopen jaren veel discussies geweest over methaanslips en NOx-emissies, waarvan we sceptici uiteindelijk hebben kunnen overtuigen door verdere ontwikkeling van de techniek . De markt is gegroeid naar zo’n 1.000 LNG-trucks en 30 LNG-tankstations. En wat ik heel mooi vind, is dat zowel grote als kleine bedrijven de stap naar LNG durven te maken vandaag de dag. Dat is echt een belangrijke verandering in de markt.”

En dat is nog niet alles. Sinds 2020 wordt bio-LNG geïmporteerd omdat de markt daarom vraagt. En daar blijft het niet bij: de komende jaren worden in Nederland 21 bio-LNG installaties gebouwd die bio-LNG gaan maken voor mobiliteit.

2021 – en verder… : de toekomst van bio-LNG en het Nationaal LNG Platform
Robert Goevaers: “In de afgelopen tien jaar hebben we als Platform veel bereikt. De switch naar bio-LNG is ingezet en ik ben er van overtuigd dat binnenkort de doorbraak komt van de eerste bio-LNG-installatie. Het is bijzonder dat binnen twee, drie jaar 21 Nederlandse productie-installaties op de markt komen waarmee een gemiddeld investeringsbedrag gemoeid is tussen de 10 en 30 miljoen euro. Dat betekent dat het bedrijfsleven 600 miljoen euro investeert. Ik kan me niet voorstellen dat het Ministerie daar niet met een tevreden gevoel naar kijkt. Zij hebben alle regelingen rondom bio-LNG uiteindelijk voor acht miljoen euro opgetuigd en als je nu ziet wat het bedrijfsleven nu zelf investeert, dat is bijzonder.”

“Voor al die ontwikkelingen hebben we de afgelopen jaren de basis gelegd die ook in wetgeving gevat zijn. Die bio-LNG ontwikkelingen vallen niet meer om, dat gaat gewoon allemaal gebeuren, hoewel dat nog wel wat tijd kost. De volgende stap voor bio-LNG zit met name in het beschikbaar krijgen van de hoeveelheid biogas. Daar zit de grote uitdaging.”

Robert Goevaers sluit af: “Mijn rol binnen het Nationaal LNG Platform heeft zich altijd gericht op het creëren van een LNG-speelveld tussen de overheid en het bedrijfsleven. Noem het business development. Ondanks dat er op het moment verschillende ontwikkelingen gaande zijn op bio-LNG-vlak, is gebleken dat er vanuit het Platform voor mij onvoldoende mogelijkheden zijn om  hieraan invulling te geven. Ik wens het Platform veel succes met alle verdere ontwikkelingen.

Veel dank namens het Nationaal LNG Platform
“Robert Goevaers is voor ons altijd een betrouwbare connectie geweest tussen het bedrijfsleven en de overheid. Hij was onze drijvende kracht en het gezicht naar buiten en heeft met veel kennis, vol passie en energie voor LNG en bio-LNG gestreden. Wij zijn hem dankbaar dat hij zich 10 jaar met hart en ziel voor het Nationaal LNG Platform heeft ingezet en wensen hem veel succes toe bij de nieuwe stappen in zijn carrière.”
Dagelijks Bestuur Nationaal LNG Platform

Catamarans Rederij Doeksen op weg naar bio-LNG

Persbericht – Harlingen, 14 juni 2021

Vandaag bracht staatssecretaris mevrouw Van Veldhoven een werkbezoek aan Rederij Doeksen te Harlingen, waar onlangs twee nieuwe veerboten in de vaart zijn genomen, die op LNG (Liquefied Natural Gas, vloeibaar gas) varen. Het ministerie is blij met deze stap die de Rederij heeft gemaakt en met het feit dat ook de transitie naar varen op bio-LNG nu echt op de agenda staat.

Behoud Unesco Werelderfgoed de Waddenzee
In 2020 en 2021 heeft Rederij Doeksen twee nieuwe LNG-catamarans in de vaart genomen: de Willem Barentsz en het zusterschip Willem de Vlamingh. Deze veerboten vervoeren 700 passagiers en 61 auto’s per overtocht op uitsluitend LNG (vloeibaar gas). De schepen worden ingezet op de veerverbindingen van en naar Harlingen, Vlieland en Terschelling.

Dirk Spoor, algemeen directeur van Rederij Doeksen: “Er zijn diverse redenen waarom Rederij Doeksen voor LNG heeft gekozen. Door te varen op LNG kiest Rederij Doeksen er actief voor een significante bijdrage te leveren aan het behoud van het kwetsbare leefmilieu van het Unesco Werelderfgoed de Waddenzee. De milieuvoordelen zijn helder, namelijk fors minder schadelijke emissies: fijnstof (- 95%), SOx (-100%) en NOx (-90%). De emissies van de hoofdmotoren voldoen aan de Euro Stage V-norm. Bij deze gasmotoren is nabehandeling van de uitlaatgassen niet meer nodig.

In de nabije toekomst staat bio-LNG op de agenda. Door de efficiënte rompvorm, talloze energiebesparende innovaties en het gebruik van uitsluitend LNG, wordt nu al een 10 tot 20% CO₂-reductie bereikt. Met de overstap naar bio-LNG is een reductie van 85% mogelijk. Het zou mooi zijn als die bio-LNG in de toekomst in het noorden van Nederland wordt gemaakt.”

Bio-LNG lokaal geproduceerd door SFP
En aan deze wens van Rederij Doeksen wordt nu ook gehoor gegeven. Het bedrijf SFP heeft aangekondigd om in 2023 bio-LNG te zullen gaan leveren. Bio-LNG wordt gemaakt uit organische reststromen van o.a. de landbouw en voldoet dan ook aan de hoogste eisen van duurzaamheid.

Het bedrijf SFP produceert al ca. 21 miljoen m3 groengas in Zeeland en binnenkort wordt gestart met de bouw van een nieuwe installatie in Harlingen. Per jaar zal er 9 kiloton worden geproduceerd. Om een indruk te geven: 1/3 van dit volume is voldoende om beide schepen van Rederij Doeksen het hele jaar op 100 % bio-LNG te laten varen. Ook is er al grote belangstelling vanuit het wegvervoer. Nu rijden er 1.000 trucks op LNG. Inzet is dat er in 2030 10.000 trucks op bio-LNG rijden.

Ministerie positief over  de stap naar bio-LNG
Ook het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is positief over de stap van Rederij Doeksen en SFP om de transitie van LNG naar bio-LNG verder vorm te geven. Bij het afsluiten van het convenant bio-LNG met de transportsector is er veel gebeurd. De inzet van groengas in de sector staat in de startblokken voor de gewenste versnelling om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord 2030 te gaan realiseren. In deze samenwerking heeft het beleid nu zodanige vorm gekregen dat de sector nu durft te investeren in deze transitie.

Stientje van Veldhoven, demissionair-staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en concessieverlener komt graag op de eilanden en noemt de komst van de nieuwe schepen een mooie ontwikkeling: “Deze catamarans zijn milieuvriendelijker dan de schepen op diesel. In een kwetsbaar gebied zoals de Waddenzee is het belangrijk dat we kijken hoe we transport kunnen verduurzamen.”

Dit is pas het begin
Het Nationaal LNG-platform heeft samen met het ministerie de afgelopen jaren dit beleid mede vorm gegeven. “De transitie die nu wordt ingezet naar bio-LNG is een kroon op mijn werk van afgelopen jaren,” zo stelt voorzitter Robert Goevaers. “En dit is pas het begin. Een inventarisatie eind 2020 liet zien dat er in Nederland 21 bedrijven zich de komende jaren actief gaan richten op de productie van bio-LNG. Daarmee levert deze sector een grote bijdrage aan het klimaatakkoord.”

Nationaal LNG Platform adviseert informateur Mariëtte Hamer

Naast het herstel van Nederland uit de Corona crisis, is de klimaattransitie een van de belangrijkste  punten op de formatietafel. Dit is de reden dat het Nationaal LNG Platform informateur Mariëtte Hamer een brief heeft gestuurd, met de oproep de kansen die (bio-)LNG biedt voor de decarbonisatie van het zwaar transport te verzilveren.

Het Nationaal LNG Platform vindt het van groot belang de CO₂-reductie in het zwaar transport verder te stimuleren en heeft drie beleidsmaatregelen voorgesteld:

1. Voer een nul-accijnstarief in voor alle hernieuwbare transportbrandstoffen
Het Platform adviseert een nul-accijnstarief in te voeren voor hernieuwbare brandstoffen. Hierdoor kunnen deze concurreren met fossiele brandstoffen en wordt bio-LNG een aantrekkelijker alternatief voor diesel.

2. Gebruik de kilometerheffing om te sturen op CO₂-intensiteit
Het Platform stelt voor de kilometerheffing voor vrachtwagens die nu gepland staat in 2027, te vervroegen en de kilometerheffing te gebruiken voor stimulering van de energietransitie.

3. Bouw de accijnsteruggaaf voor LNG in 2022 en 2023 geleidelijk af
De ontwikkeling van bio-LNG is afhankelijk van de afname van LNG door de transportsector. Het Platform adviseert de aanschaf van een LNG-truck aantrekkelijker te maken ten op zichte van een dieseltruck, waardoor de vraag naar zal LNG groeien. Een verlenging van de beperkte teruggaaf van de accijns op LNG, is hier onmisbaar.

Hier – Brief informateur – Verkiezingen 2021 – leest u de gehele brief die het Nationaal LNG Platform aan de informateur heeft gestuurd.

“Bio-LNG is een belangrijk onderdeel van onze bedrijfsstrategie.”

In 2005 startte Rolande als pionier in de Nederlandse LNG-markt. Nu – 16 jaar later – is LNG een begrip in de Nederlandse transportmarkt en pioniert de LNG-leverancier opnieuw: door hun LNG te blenden met het fossielvrije bio-LNG. Op dit moment haalt Rolande bio-LNG uit Scandinavië, maar het duurt niet lang meer voordat de eerste bio-LNG van Hollandse bodem de tanks van de Rolande-klanten vult. “De markt ziet het belang van bio-LNG. Dat heeft ertoe geleid dat bio-LNG tegenwoordig onderdeel uitmaakt van onze bedrijfsstrategie”, aldus Herbert Boender – Business Unit Manager Biofuels bij Rolande. Het Nationaal LNG Platform in gesprek met de marktleider in LNG die na 16 jaar nog steeds innoveert en voorop loopt.

Rolande heeft 19 LNG-stations waarvan er 13 in Nederland staan, die steeds meer voorzien worden van bio-LNG. Het rijden met LNG-trucks bespaart 20% CO₂-emissie ten opzichte van diesel. Door het rijden op bio-LNG bespaart het zwaar wegtransport tot 99,8% CO₂-uitstoot in vergelijking tot diesel. Herbert Boender: “De markt en de techniek zijn klaar voor bio-LNG. We vertrouwen erop dat bio-LNG een blijvende brandstof is waar bedrijven in durven te investeren, dat is een van de redenen waarom we participeren in de bio-LNG Energiecampus in Leeuwarden.”

Waarom participeren in bio-LNG als je ook kunt importeren?
Herbert Boender: “Het liefst halen we onze bio-LNG zo lokaal mogelijk. Het is voor ons dan ook een logische stap om vanuit lokale reststromen en afvalstoffen bio-LNG te produceren en lokaal af te zetten in onze LNG-stations. Een andere interessante en voor ons belangrijke stap, is om onderdeel uit te maken van een totale bio-LNG-keten. Enerzijds omdat we op deze manier onafhankelijk zijn van een stuk inkoop en het ons een stuk garantie biedt voor dat deel van het volume. Anderzijds omdat het ons als bedrijf steviger in de markt zet. Een bijkomend voordeel van onze participatie in de keten, is dat we processen kunnen versnellen en dat we samen met onze partners projectontwikkelaar D4, bouw- en engineeringbedrijf Mele en het Friese energiefonds voor schone energie FSFE, daadwerkelijk een mooi project over de streep helpen. Het blijft niet bij een mooi plan.”

Halen jullie voldoende bio-LNG uit jullie installatie om aan de vraag te voldoen?
Herbert Boender: “Nee, we redden het niet om 100% van de vraag naar bio-LNG uit één eigen installatie te laten komen. Het bio-LNG dat we in Leeuwarden produceren, zetten we af in onze eigen stations in Leeuwarden, Heerenveen, Alkmaar en Utrecht. Daarnaast blijven we bio-LNG uit Scandinavië importeren die aankomt in de haven van Gent of Rotterdam. Die bio-LNG vindt zijn weg naar onze andere stations.

Wat houdt de ISCC-certificering van de nieuwe installatie in?
“Om het bio-LNG te kunnen produceren, maken we gebruik van mest uit de regio en co-substraten zoals koffiedik en graanresten. Uit die producten filteren we het waardevolle methaan dat ingezet wordt als brandstof en op deze manier niet meer als broeikasgas in de atmosfeer terecht komt. Als het gas eruit is gehaald, houd je een meststof over waarvan hoogwaardige kunstmestvervanger wordt gemaakt waarmee het boerenland verrijkt kan worden. Deze hele keten – wat de fabriek in- en uitgaat – wordt ISCC gecertificeerd, wat inhoudt dat alle grondstoffen die we gebruiken volledig traceerbaar zijn en zijn voorzien van een duurzaamheidsclaim.”

Als afzetter van bio-LNG, is Rolande al in het bezit van de certificering. Dit geldt ook voor de Scandinavische fabrieken waaruit Rolande haar bio-LNG importeert. De certificering is een garantie voor de eindafnemer die kan aantonen dat er op duurzame brandstof wordt gereden en inzichtelijk kan maken dat hij voldoet aan de eigen, meetbare duurzaamheidsdoelstellingen.

Wat is de reden voor transporteurs om niet op bio-LNG te rijden?
Herbert Boender: “Rijden op bio-LNG is duurder dan rijden op LNG. Op dit moment komt de drive voor het rijden op bio-LNG vooral bij de verladers vandaan. Die willen steeds meer ketenbreed, in de hele organisatie, duurzaamheidsdoelstellingen behalen. Transport is daar één onderdeel van. Je ziet dat binnen bedrijven steeds vaker een pad wordt uitgezet naar schoner transport. Op dit moment hebben ze een bio-LNG blend nodig om daaraan te kunnen voldoen. Een andere schone oplossing is er nog niet voor het zware wegtransport.”

De klanten van Rolande die op dit moment bio-LNG afnemen, rijden op een blend van 20% bio-LNG en 80% LNG. Deze klanten geven heel bewust aan dat ze aan hun duurzaamheidsdoelstellingen willen voldoen de komende jaren. Als dat zo doorzet, is de wens bij te willen mengen tot 50% bio-LNG. Ook zijn er veel verladers en transporteurs die twijfelen aan de fossielvrije oplossing, maar nog worden geremd door de prijs.

Herbert Boender: “Om aan de toenemende vraag te kunnen voldoen, moeten we ervoor zorgen dat we meer bio-LNG de stations in kunnen laten stromen. Daarnaast zou het geweldig zijn als we alle transporteurs zo ver krijgen om op bio-LNG te gaan rijden. Een incentive van de overheid is heel erg gewenst. Waar ik dan aan denk? Een accijns vrijstelling op bio-LNG, dat zou fantastisch zijn!”

Op een veilige manier afval tot bio-LNG verwerken: het gebeurt!

Het Nationaal LNG Platform bestaat tien jaar. Middels vijf artikelen blikken we terug op 10 jaar (bio-)LNG-ontwikkeling in Nederland. Hierbij het vierde artikel waarbij we ingaan op het geloof in en de veilige productie van bio-LNG van Nederlandse bodem.

Ruim een jaar geleden bestond SFP Group nog niet. Vandaag de dag bezit het bedrijf een groengas installatie in Zeeland en bouwt het aan twee nieuwe bio-LNG installaties in Groningen en Friesland. “Ik geloof heilig in biogas en de rol die biogas speelt in de circulaire economie, daar heb ik mijn hart aan verloren”, aldus Niels Peters, één van de eigenaren van SFP Group. Een verhaal van twee ondernemers die de productie van duurzame brandstoffen van Nederlandse bodem op de kaart willen zetten, zonder één cent overheidssubsidie.

“In oktober 2019 was ik met Erik Brouwer in Friesland waar we tegen een leeg kavel in de haven van Harlingen aanliepen: een prachtige plek om een potentiële groengas installatie neer te zetten. Op die plek ontstond het idee om samen mooie dingen te ontwikkelen. We hebben onze stoute schoenen aangetrokken en nadat we in januari 2020 een optie kregen op de grond, hebben we ontslag genomen en zijn we er samen full time tegenaan gegaan.”

Reproduceerbaar concept: uitrollen in binnen- en buitenland
En toen begonnen de ballen te rollen. Begin 2020 werd bekend dat Rederij Doeksen interesse heeft in bio-LNG. Nadat SFP Group de rederij informeert over hun plannen, neemt het moederbedrijf van Rederij Doeksen, Koninklijke Doeksen deel aan het Harlingse project van SFP Group, evenals groengas stimulator Gasterra. Niels Peters vervolgt: “Hiermee hadden we voldoende budget om gezamenlijk ons meerjarenplan uit te voeren. Vervolgens hebben we ook een optie genomen op een stuk bouwgrond in Delfzijl en hebben we per 1 januari 2021 ook de reeds bestaande groengas installatie van Aben overgenomen in Westdorpe. We hebben snel doorgepakt om onze risico’s te spreiden en omdat we ons reproduceerbare groengas-concept zowel in binnen- als in buitenland verder willen uitrollen.”

Zoveel mogelijk waarde uit reststromen halen
Niels Peters en Erik Brouwer zijn al jaren werkzaam in het biogas en hebben hun hart verpand aan de sector. Niels Peters: “Ik geloof heilig in biogas en de rol die het speelt in de circulaire economie. Waarom? Bij biomassa kijken we altijd naar de cascadering van bepaalde reststromen: we proberen op zoveel mogelijk manieren waarde uit de reststromen te halen. Biogas staat vrijwel onderaan de streep qua waarde. Als laatste stap vergisten we de reststromen, waaruit we bio-LNG voor transport maken en een mooie organische meststof voor het bemesten van akkerland creëren. Hiermee maken we de cirkel rond.”

 

De nieuwe installaties die SFP Group ontwikkelt, zijn kleinere, verder doorontwikkelde versies van de reeds bestaande installatie in Zeeland. Niels Peters vervolgt: “Bio-LNG is nieuw voor ons en voor Nederland als je naar de productie kijkt. Al vanaf 2012 ben ik al bezig bio-LNG te produceren, dat bleek lastig. Een paar jaar geleden wilde iedereen bio-LNG, maar wilde niemand ervoor betalen. Bio-LNG mocht niet meer kosten dan een fossiele brandstof. Dat gaat niet, duurzame brandstof is altijd iets duurder dan fossiel, dat is de reden waarom het een paar jaar geleden niet van de grond kwam. De markt heeft het laatste jaar echt een slag gemaakt waardoor men bereid is te betalen voor duurzame biobrandstof. En dan ook nog eens bio-LNG van Nederlandse bodem, hoe mooi is dat?”

Kritische kijk op biomassa
De productie van groengas en meststoffen komt voort uit de vergisting van biomassa, een gevoelig onderwerp in Nederland. Niels Peters: “Biomassa heeft een negatieve lading gekregen de laatste jaren. Dat vind ik echt onnodig. Wij gebruiken liever de term bio-grondstoffen. Op onze installatie in Zeeland werken we met co-vergisting: minimaal 50% dierlijke mest en 50% co-producten. In Groningen en Friesland gebruiken we geen mest omdat daar geen mestoverschot is, het product is daar simpelweg niet beschikbaar. We kiezen er bewust voor om op die plekken reststromen in te zetten die wel beschikbaar zijn, dat zijn voornamelijk producten die geen andere toepassing meer hebben voor mens of dier. De innovatie rondom de circulaire economie neemt op deze manier alleen maar toe.”

Geen wereld zonder reststromen
Niels Peters vervolgt: “Het imago van biogas is niet bijster goed in Nederland. Als je op Google op biogas of vergisting zoekt, is er weinig positief nieuws te vinden, wat erg jammer is. Weet je wat mensen vaak vergeten? Als dit soort installaties er niet zijn, wat gebeurt er dan met deze reststromen? Reststromen zijn er en zullen altijd blijven bestaan, die moeten ergens veilig verwerkt worden. Vroeger was het makkelijk, toen gooiden we alles op de vuilstort met alle uitstoot van dien. Vuilstortplaatsen zijn gesloten, maar de reststromen zijn gebleven en er zijn er zelfs meer van gekomen. Daar staan veel mensen niet bij stil. En ik verzeker je, het is echt mogelijk om op een veilige en verantwoorde manier reststromen te verwerken zonder hierbij overlast te veroorzaken voor de omgeving. Als je maar weet wat je aan het doen bent. De ontwikkeling van de technieken gaan steeds verder, bedrijven leren steeds meer, het is een relatief jonge markt die zich aan het ontwikkelen is naar volwassenheid.”

Bloemen naar Scandinavië met FH LZV op LNG

Een mooi artikel dat we graag delen: Heyer Blomstergrossisten uit Rijnsburg kiest ervoor om hun transport te verduurzamen en tegelijk een efficiencyslag te behalen.

“Wij rijden op Scandinavië: een land waar duurzaamheid een grote rol speelt in het dagelijks leven. Onze klanten verwachten dat wij ook voor het transport van onze bloemen en planten kiezen voor de meest duurzame optie die er is. Met LNG verwachten wij een aanzienlijke CO₂-reductie te kunnen behalen. Dit is in lijn met onze wens om maatschappelijk verantwoord te kunnen ondernemen”, verklaart Dave Meertens, algemeen directeur bij Heyer Blomstergrossisten.

Lees hier het hele artikel van TTM.

“Transitie is elkaar versterken, ook zonder subsidies”

Het Nationaal LNG Platform bestaat tien jaar. Middels vijf artikelen blikken we terug op 10 jaar (bio-)LNG-ontwikkeling in Nederland. Hierbij het derde artikel: wat is de brandstof van de toekomst? Dat is onmogelijk nu al aan te geven. Wat wel mogelijk is, is nu de stappen te zetten die realiseerbaar zijn. Wacht niet op iets dat er misschien gaat komen…

Het is de tijd van energietransitie. “De transitiestappen in duurzaamheid van olie naar aardgas, naar biovormen en naar elektrisch en waterstof snapt iedereen. We moeten ons wel realiseren dat we op dit moment pas in de beginfase van de hele transitie zitten. Onze focus moet liggen op het blijven doorontwikkelen.” Het Nationaal LNG Platform is in gesprek met Theo Heinink, binnen de provincie Gelderland medeverantwoordelijk voor logistiek en goederenvervoer. Een man met een missie: “Maak gebruik van elkaars kennis en kunde, leer van elkaar en zie wat er gebeurt.”

“Een paar jaar geleden kreeg ik de opdracht om de mogelijkheid te bekijken om LNG-vulpunten te realiseren in Gelderland. Dat vond ik een kip-ei-verhaal: prima om LNG-vulpunten neer te zetten, maar dan moeten er ook LNG-trucks op de weg komen”, begint Theo Heinink zijn verhaal. Die gedachte werd de aftrap van de Gelderse LNG-stimuleringssubsidie die ertoe geleid heeft dat er alleen binnen de provincie Gelderland al ruim 200 LNG-trucks op de weg kwamen.

Transitie is elkaar verstreken, ook zonder subsidies
“In het begin verliep de subsidieverstrekking moeizaam, maar het laatste jaar is er een enorme run op LNG-trucks gekomen. Die 200 zijn echt een significant deel van alle LNG-trucks die op dit moment in Nederland rijden, dat is heel mooi. Toch vind ik het erg belangrijk en goed dat we het hele transitieverhaal nu anders aanvliegen. Het gaat erom dat we als gemeenten, provincies, bedrijven en ondernemers elkaar versterken in de energietransitie, met alleen subsidies komen we er niet. Iedereen zal iets aan de keten moeten toevoegen, zodat we er zo duurzaam mogelijk uitkomen met z’n allen.”

In de beginperiode van het LNG-tijdperk, gaven veel traditionele tankstations bij Theo Heinink aan dat ze hun stations wilden uitbreiden met LNG, maar hij zag nooit zware trucks tanken langs de snelweg. “Omdat ik niet van de top-down-benadering houd die de overheid eigen is, ben ik bottom-up gaan denken. Ik ben in gesprek gegaan met het bedrijfsleven en heb ideeën gecombineerd. Dit heeft er toe geleid dat we vulpunten zijn gaan realiseren bij de ontsluitingen van bedrijventerreinen. Hierdoor konden we massa creëren, wat interessant is voor grote en kleine partijen. Daarop voortbordurend is het idee ontstaan dat we op die plekken meer voorzieningen zouden kunnen bieden.”

Van goederencorridors naar Clean Energy Hubs
De nieuwe manier van denken en een samenwerkingsverband tussen de provincies Limburg, Brabant, Zuid-Holland, Gelderland, het Ministerie van I&W, Rijkswaterstaat en Havenbedrijf Rotterdam leidden een paar jaar geleden tot de MIRT-goederencorridors zuid-zuid-oost-Nederland. Bij de Clean Energy Hubs zijn veel meer provincies aangesloten. Brandstof houdt niet op bij een provinciale grens. Samenwerking is essentieel!

Theo Heinink vervolgt enthousiast: “Dit netwerk hebben we ingezet om de goederencorridors verder uitgerold te krijgen. De vervolgstap daarop zijn Clean Energy Hubs die we nu aan het realiseren zijn. Bij deze hubs worden verschillende, duurzame brandstoffen aangeboden zoals (bio-)LNG en -CNG, tappunten voor elektrisch rijden, waterstof, HVO’s en GTL’s. Daarbij kijken we ook een stap verder. Hoe interessant is het, dat op die hub ook truckparkings gecombineerd worden met een food plein, een sportschool, overnachtingsplaatsen en duurzame wasplaatsen voor trucks. Misschien wordt het in de toekomst mogelijk dat elektrische trucks op ’s nachts op walstroom kunnen aansluiten. Wat te denken van vergaderfaciliteiten en restauratieve voorzieningen? Op dit moment zijn er negen provincies aangesloten bij het programma Clean Energy Hubs, met de overige provincies zijn we in gesprek. Ik hoop dat we zo tegenwicht kunnen bieden aan het rijk zodat we gezamenlijk verder kijken dan alleen de inzet op elektrisch en waterstof. Het lijkt er namelijk op dat Nederland alleen maar nadenkt over de transitie naar elektrisch en waterstof: van grijs naar blauw naar groen. De transitie van LNG naar bio-LNG lijkt niet toegestaan, dat is zo jammer. Het lijkt wel wanneer er weer een nieuw duurzaam speeltje op de markt komt, de politiek daar massaal achteraan rent, terwijl we nu, vandaag en morgen ook al iets te realiseren hebben.”

Dat er groei zit in duurzaam ondernemen met alternatieve brandstoffen is een feit. In onder andere Borne en Groenlo zijn twee Clean Energy Hubs gerealiseerd met verschillende alternatieve brandstoffen, een truckpark, food- en vergaderfaciliteiten. “In Nijmegen en Medel worden laadpleinen ontwikkeld waarin meerdere verschillende partijen participeren. Het is mooi te zien hoe partijen ideeën initiëren en daarmee elkaar enthousiasmeren. Hierdoor worden veel mooie dingen samengevoegd.”

Wacht niet op iets dat misschien gaat komen
Theo Heinink is duidelijk: zet nu de stappen die mogelijk zijn in duurzamer transport. Wacht niet op iets dat er misschien gaat komen. “Dat is echt een grote fout die nu gemaakt wordt. Er is veel zendingswerk te doen voor biobrandstoffen. Als je mij vraagt hoe de brandstoffenmarkt er over 25 jaar uitziet, ben ik ervan overtuigd dat er naast bio-LNG nog één of twee andere schone brandstofmogelijkheden zijn. Er is niet één gouden ei waarop alles geënt zal worden. Als we ons dát realiseren, kunnen we nu al veel meer duurzame stappen maken met elkaar in plaats van tegen elkaar te strijden.”

Samenwerking met de provincie
Terugkijkend op de samenwerking tussen het Nationaal LNG Platform en de provincie Gelderland, blijkt de samenwerking een goede basis voor de regionale aanpak waarop het Platform de afgelopen vijf jaar heeft ingezet. Voorzitter Robert Goevaers is dan ook positief wat de samenwerking heeft opgeleverd: “Ik wil Theo bedanken voor de enthousiaste rol die hij heeft gespeeld bij deze succesvolle uitrol.”

LNG: van onbekendheid naar een dynamische markt

Het Nationaal LNG Platform bestaat tien jaar. Middels vijf artikelen blikken we terug op 10 jaar (bio-)LNG-ontwikkeling in Nederland. Hierbij het tweede artikel: van LNG-idee tot een volwassen product. Waar komt het geloof in LNG vandaan en hoe zet je het product nieuw op de markt?

Rond 2009 vonden de eerste pionierende gesprekken plaats tussen het bedrijfsleven en de overheid over de inzet van LNG in het lange afstandsvervoer. Het resultaat is bekend. Maar hoe loopt het pad naar nieuwe LNG-voertuigen en LNG-tankstations die op dat moment helemaal niet bestonden? Welke stappen zijn er gezet van een onbekende naar een dynamische LNG-markt? Aan het woord Fred Schouten, CEO van IVECO Schouten en de stuwende kracht achter de realisatie van (bio-)LNG in Nederland.

Fred Schouten: “In 2009 werden we als bedrijfswagendealer samen met andere vrachtwagen merken uitgenodigd bij Ahold. Zij wilden in die tijd een stap maken naar stiller en duurzamer vervoer. Ik zag daar gelijk een enorme kans voor IVECO om de simpele reden dat wij al voertuigen leverden die op aardgas reden. Daarop hadden we een flinke voorsprong ten opzichte van de andere merken. Het enige dat onze vrachtwagens misten, was een LNG-tank.”

Wat er niet is, kun je maken
Fred Schouten vertelt enthousiast: “LNG was voor mij volledig onbekend terrein, ik heb de term eerst moeten Googlen voordat ik erover in gesprek kon. In 2009 reden er praktisch geen LNG-trucks in Europa, misschien twee of drie wagens in Spanje. Daar zagen we dat wagens op aardgas reden die omgebouwd konden worden. Vervolgens hebben we zelf de handschoen opgepakt en onze gaswagens aangepast zodat we er een LNG-tank op konden maken.”

De markt op samen met Rolande
“Op het moment dat ik me meer ging verdiepen in LNG, was het bedrijf Rolande klant bij ons”, vervolgt Fred Schouten. “Na verschillende gesprekken met Ahold en Rolande, ben ik in Amerika gaan kijken hoe de LNG-markt eruit zag, waar ze voornamelijk dual fuel reden. Daarna heb ik besloten Rolande over te nemen en ben ik samen met de LNG-kennis die Rolande bezat, de Nederlandse markt op gegaan.”

In de landen om ons heen werd in die tijd ook over LNG gesproken, maar kwam het product niet van de grond omdat er óf LNG-station leveranciers waren óf leveranciers van LNG-wagens. Door het samenvoegen van IVECO en Rolande leverden zij als producent ineens beide producten. Fred Schouten: “We bouwden zelf ons eerste station, tegelijkertijd verbouwden we onze voertuigen naar CNG en LNG, leverden we LNG aan ons station en aan vervoerders. In één klap leverden we het hele TCO-pakket uit één hand. Dat maakte de toegankelijkheid van LNG voor heel veel marktpartijen een stuk gemakkelijker.”

Eerste 100 IVECO LNG-voertuigen zelf gebouwd
De eerste vier, vijf jaar waren IVECO en Rolande de enige pioniers op de Nederlandse LNG-markt. Fred Schouten: “We hebben er echt alles aan gedaan om LNG van de grond te krijgen. De eerste 100 voertuigen hebben wij zelf omgebouwd. We bestelden de LNG-tanks in Amerika en bouwden die er in Nederland op. Daarna zijn de LNG-trucks compleet vanaf fabriek gekomen. Dat is een groot voordeel voor ons geweest, aangezien het onmogelijk is op fabrieksniveau snel een productwijziging door te voeren. Hierdoor duurde het een aantal jaren voordat Scania en Volvo hun producten beschikbaar hadden. En dan heb ik het niet eens over de truckmerken die de handdoek al lang in de ring hebben gegooid.”

Geloof in LNG
Fred Schouten: “Waarom ik gelijk geloofde in LNG? Omdat de hele wereld draait om verduurzamen en LNG direct zorgde voor verduurzaming in transport. Het eerste LNG waar we op reden, haalden we van een vuilnisbelt in het Verenigd Koninkrijk, dat was ongelofelijk duurzaam. In die tijd werd overigens ook al gesproken over elektrisch- en waterstof transport. Toch geloofde ik in LNG omdat het tien jaar geleden al beschikbaar en daardoor direct inzetbaar was als schonere brandstof dan diesel.”

Pionieren is spannend en grensverleggend, maar lang niet altijd rozengeur en maneschijn, geeft Fred Schouten aan: “In het begin was het rijden op LNG goedkoper dan op diesel. Dat is door de overheid met de idiote accijnsverhogingen compleet teruggedraaid. Hierdoor is het rijden op LNG vandaag de dag break even of zelfs iets duurder dan het rijden op diesel. Daar snap ik helemaal niets van. De ontwikkeling van LNG-voertuigen en de LNG-tankinfra is ontzettend vooruit gegaan, het is een compleet volwassen techniek. Daar kunnen veel nieuwe brandstof oplossingen een voorbeeld aan nemen.”

Van LNG naar bio-LNG
Fred Schouten vervolgd: “Het feit dat de LNG-markt staat waar ze nu staat, is domweg het feit van beginnen en blijven doorgaan. En we blijven doorgaan. Op dit moment werken we met Rolande aan een paar projecten die ervoor moeten zorgen dat we steeds meer op bio-LNG gaan rijden. Op dit moment rijden er al een behoorlijk aantal IVECO’s op bio-LNG, reken erop dat dit er nog heel veel meer gaan worden. Politici kijken op dit moment alleen maar naar elektrisch en waterstof, maar daarin is nog veel minder mogelijk dan tien jaar geleden het geval was met LNG. Het vermarkten van een nieuwe brandstof is echt een heel lastig proces. Als politici hiervoor kiezen, moet dat gewoon gebeuren, zo simpel is het. Maar het is heel veel praktischer om op bio-LNG te gaan rijden: de techniek is er en de stations zijn er. Niets staat vervoerders nog in de weg.”