Unieke afvaart LNG-catamarans Nederlands Waddengebied

Een unicum in Nederland: gisteren heeft Rederij Doeksen één van de twee nieuwe LNG catamarans in de vaart genomen: de Willem Barentsz. Dit is een unicum aangezien de innovatieve veerboot maximaal 600 passagiers en 64 auto’s vervoert op alleen LNG. Er is geen stookolie meer aan boord van het schip aanwezig. Het zusterschip Willem de Vlamingh komt in september in de vaart. Beide catamarans zijn de eerste schepen ter wereld waarbij single fuel LNG-motoren rechtstreeks roerpropellers aandrijven met vaste schroeven. De schepen worden ingezet op de veerverbinding vanuit Harlingen naar Vlieland en Terschelling.

Paul Melles – directeur van Rederij Doeksen – licht toe waarom de twee catamarans op LNG varen. “Er zijn drie redenen waarom we voor LNG hebben gekozen. Ten eerste willen we LNG gaan mixen met het fossielvrije bio-LNG wat heel veel milieuvoordelen oplevert. Het zou mooi zijn als die bio-LNG in de toekomst in het noorden van Nederland geproduceerd kan worden. Daarnaast is het belangrijk dat we LNG als brandstof kunnen vertrouwen, het werkt gewoon. Bijkomend voordeel is dat er in Nederland ondertussen een compleet LNG-netwerk bestaat waar we op kunnen rekenen. De laatste reden is dat de regelgeving en veiligheid rondom LNG klopt.”

(Bio-)LNG voor behoud Unesco Werelderfgoed de Waddenzee
Door te varen met (bio-)LNG kiest Rederij Doeksen er actief voor een significante bijdrage te leveren aan het behoud van het kwetsbare leefmilieu van het Unesco Werelderfgoed de Waddenzee. De milieuvoordelen zijn helder:

  • Fors minder schadelijke emissies: fijnstof (- 95%), SOx (-100% ) en NOx (-90%). De motoren voldoen aan de Euro Stage V normeringen.
  • 10 tot 20% CO₂-reductie met een directe opstap naar 100% CO₂-reductie bij gebruik van bio-LNG.
  • Het gebruik van LNG richt minder schade aan, aan het Unesco Werelderfgoed de Waddenzee in geval van calamiteit. Eén van de grootste milieuproblemen in het kwetsbare Waddenzeegebied is olielekkage van schepen. Bij gebruik van LNG is deze problematiek niet meer aanwezig.
  • Bij motoren op LNG is nabehandeling in de vorm van srubbers en katalysatoren niet meer nodig.

Concrete stap in verduurzaming
Stientje van Veldhoven, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en concessieverlener noemt de komst van de nieuwe schepen een mooie ontwikkeling: “Comfortabel én groener. Met deze catamarans gaan zowel de unieke omgeving van de wadden als de reiziger er op vooruit en dat is een goede zaak. Ik kom zelf graag op Terschelling en hoop dat ik de volgende keer de overtocht op een van de nieuwe, groenere boten kan maken.”

Sfeerverslag
Omrop Fryslân heeft een mooi sfeerverslag van de dag gemaakt dat u hier terugvindt op de site van de omroep.

Interview Tankpro met Nationaal LNG Platform

De afgelopen weken staan bol van de ontwikkelingen op het vlak van bio-LNG: Rolande maakt bekend bio-LNG aan te bieden in Nederland en werkt daarin samen met Albert Heijn en PostNL die ondertussen met tientallen vrachtwagens op bio-LNG rijden. Shell, Renewi en Nordsol kondigen de bouw aan van een installatie voor de productie van bio-LNG van Nederlandse bodem.

Mooie ontwikkelingen. Maar wat is het belang van bio-LNG en welke kansen biedt het? Dit wordt aanstaande woensdag duidelijk in het vraaggesprek met Tankpro en Robert Goevaers – voorzitter van het Nationaal LNG Platform. Bekijk vanaf woensdag de uitzending hier.

Twee keer goed (bio-)LNG nieuws uit Duitsland

Twee keer goed (bio-)LNG nieuws uit Duitsland: vandaag is de Maut vrijstelling voor LNG en bio-LNG definitief goedgekeurd door de Bundesrat én is bekend geworden dat Duitsland CO₂-toeslag legt op brandstoffen.

De Maut vrijstelling houdt in dat trucks die onderweg zijn in Duitsland tot en met 2023 vrijgesteld zijn van Maut.

Als eerste land in Europa begint Duitsland met het verplicht stellen van betalingen voor de CO₂-uitstoot. Dit houdt in dat CO₂-arme brandstoffen relatief goedkoper worden. Lees hier meer over de CO₂-toeslag: Duitsland van start met CO2 heffing per 2021

 

Albert Heijn rijdt op bio-LNG: een primeur in Nederland

“De transitie van LNG naar bio-LNG krijgt op dit moment onvoldoende aandacht van de Nederlandse overheid, terwijl het zo hard nodig is. Aan die aandacht dragen wij als Albert Heijn graag een steentje bij.” Aan het woord is Peter Leegstraten – Manager Transport Expertise bij Albert Heijn – die mede aan de basis heeft gestaan van de ontwikkeling van LNG in Nederland. In dit tweede deel van het tweeluik artikel over de transportontwikkelingen bij Albert Heijn, gaat hij in op de verduurzaming van het transport bij Albert Heijn door de inzet van bio-LNG.

“Het doel voor Albert Heijn, is drieledig: we moeten geluidsarm rijden, mogen geen lokale emissie-uitstoot veroorzaken én moeten voldoen aan de algemene CO₂-doelstellingen. We hebben dus drie opdrachten die we met één transportoplossing moeten vervullen. Zo ver zijn we de komende jaren nog niet, maar met de transitie van LNG naar bio-LNG zijn we geluidsarm en maken we een gigantische stap op het gebied van CO₂-reductie, met de laagst mogelijke emissie-uitstoot op dit moment.”

Is bio-LNG dit jaar voor de eerste keer opgenomen in het jaarverslag van Albert Heijn?
Peter Leegstraten: “Ja, dat klopt, met bio-LNG maken we stappen in de goede richting, dat moet meegenomen worden in onze bedrijfsstrategie. Van elektrisch rijden weten we dat de actieradius voorlopig nog te beperkt is voor grootschalige inzet. De laadinfrastructuur om batterijen te laden moet fors worden doorontwikkeld en daarnaast rijst bij ons de vraag of het elektrisch netwerk voldoende beschikbaar is om al die batterijen snel te kunnen laden. Het antwoord op deze vragen is nog niet positief. Misschien dat we tegen 2030 op grote schaal elektrisch kunnen rijden met een bakwagen en trekker oplegger, maar zeker nog niet voor alle transporten. Waterstof staat nog veel meer in de kinderschoenen. Stel dat in 2021 de eerste waterstoftruck op de weg verschijnt, zal deze waarschijnlijk nog tien jaar nodig hebben om optimaal door te ontwikkelen. Met al deze informatie in ons achterhoofd, trekken we de conclusie dat we pas tegen 2030 of later, echt kunnen opschalen met die technieken. Wil je op dit moment en de komende jaren grote stappen zetten, is bio-LNG als biobrandstof een heel belangrijke oplossing.”

Rijden op bio-LNG klinkt prachtig, maar waar komt de biomassa voor bio-LNG vandaan?
“De biomassa komt nog niet van Albert Heijn zelf. Uiteraard hebben we afval, dat proberen we nu al zo duurzaam mogelijk in te laten zetten. Tegelijkertijd proberen we ons afval te verminderen.” Peter Leegstraten vervolgt: “Uit steeds meer onderzoeken blijkt dat er voldoende biomassa beschikbaar is voor de productie van bio-LNG in Nederland die ingezet kan worden voor goederenvervoer. Helaas zijn er nog geen productielocaties, maar daar kijken we wel naar uit. Nederlandse productielocaties zijn een belangrijke stap voorwaarts in de verduurzaming van het zwaar transport in Nederland en voor ons. We rijden vooral met grote wagens: groot waar het kan, klein waar noodzakelijk. Als we overgaan op kleine wagens, zouden we continu aan de achterdeur van onze winkels staan. Eén trekker oplegger vervoert namelijk 16 keer zo veel in een rit als één bestelwagen. Rijden met grote wagens is een strategische keuze.”

Wanneer stapt Albert Heijn over op bio-LNG?
Enthousiast vertelt Peter Leegstraten: “Sinds januari dit jaar rijden 65 trucks van onze vervoerders met 20% bio-LNG blend. Over vijf jaar hopen we op 50% blend te zitten met het grootste deel van de LNG-trucks tegen die tijd. Moet je nagaan welke enorme bijdrage we dan aan het realiseren zijn voor onze duurzaamheidsambitie. Op dit moment importeert leverancier Rolande bio-LNG omdat we nu al op bio-LNG willen rijden. Zodra er Nederlandse bio-LNG voorradig is, kunnen we deze direct afnemen en gelijk op grote schaal inzetten. De import van bio-LNG is duurder, maar met uitzicht op dichtbij geproduceerd bio-LNG is de stap nu te maken. Overigens wordt er op dit moment in Nederland wel biogas gemaakt, maar de beschikbare installaties om er bio-LNG van te maken zijn nog niet operationeel. Daar wordt wel volop aan gewerkt.”

“Ik kan me voorstellen dat we rond 2030 nog steeds bio-LNG inzetten voor onze lange afstandsritten en het intensieve verkeer tussen de distributiecentra. Voor de kortere ritten naar en in de stad, kunnen we gebruikmaken van elektrische- en mogelijk waterstof oplossingen. Deze laatste oplossing is mogelijk ook voor iets langere ritten. In alle gevallen worden wagens erg intensief ingezet. Naast de trucks is ook de energie infrastructuur enorm belangrijk. Om dit alles te realiseren hebben we echt tijd nodig. Ook om tot een 80-90% bio-LNG-blend te komen. Volgens mij is dit de beste, duurzame oplossing die we snel op grote schaal kunnen inzetten.”

Is het belangrijk dat jullie eindklant weet hoe vooruitstrevend Albert Heijn bezig is met transport?
“Ja, het is relevant, maar transport is ook maar een beperkt deel van ons grote bedrijf. Voor het bedrijf zelf is het zeker zo belangrijk dat we op de winkelvloer bezig zijn met duurzame producten. We weten wel dat onze klanten het waarderen als we met een stille truck komen aanrijden en aan het bevoorraden zijn. Die zien echt al lang dat er geen roet meer uit de uitlaat komt en merken dat de trucks stiller zijn. Hoe mooi is dat?”

Nordsol, Renewi en Shell zetten samen in op bio-LNG

Vorige week werd bekend dat Albert Heijn en Postnl op bio-LNG rijden. Vandaag kondigen Nordsol, Renewi en Shell aan dat zij een installatie gaan bouwen voor de productie van bio-LNG van Nederlandse bodem. Wederom een prachtige stap in de in de ontwikkeling van bio-LNG.

Renewi zamelt organisch afval in, onder andere bij Nederlandse retail en horeca. Dit afval wordt door Renewi omgezet in biogas. Nordsol zal van dit biogas bio-LNG produceren welke door Shell aangeboden gaat worden in de LNG tankstations. De partijen streven met hun samenwerking naar maximale CO₂-reductie en een competitieve bio-LNG prijs. Lees hier het hele verhaal over de samenwerking.

“Er is niet één oplossing, wij pleiten voor een mix van brandstoffen”

“Er is niet één oplossing voor het nul-emissie-probleem. Wij pleiten voor een mix van brandstoffen, maar ervaren op dit moment dat LNG voor ons de beste brandstof is om op grote schaal te verduurzamen, zeker als we de transitie naar bio-LNG maken.” Aan het woord is Peter  Leegstraten – Manager Transport Expertise bij Albert Heijn – die mede aan de basis heeft gestaan van de ontwikkeling van LNG in Nederland. In dit eerste deel van het tweeluik artikel over de transportontwikkelingen bij Albert Heijn, gaat hij in op de afwegingen en keuzes die het bedrijf maakt voor duurzaam transport. “Transport is heel interessante materie, aangezien de vrachtauto vaak het zwarte schaap is in de maatschappij.”

Al 10 jaar is LNG een veelbesproken onderwerp binnen Albert Heijn. De eerste ervaring met deze brandstof dateert uit 2010, toen het bedrijf een test startte met CNG-trucks, die stiller zouden zijn dan de dieselmotoren waarmee Albert Heijn reed. Peter Leegstraten: “Rond 2010 lag de focus in het zwaar transport op zoveel mogelijk geluidsreductie, van vermindering van CO₂-uitstoot was toen nog geen sprake. De geplande geluidsreductie met CNG bleek haalbaar, helaas was de actieradius van de brandstof te beperkt voor ons aangezien we soms 600 kilometer per dag reden met één truck. CNG had een actieradius van 280 kilometer waardoor de chauffeurs meerdere keren per dag moesten tanken, dat was niet rendabel. Op dat moment kwam LNG om de hoek kijken. Een brandstof die nog in de kinderschoenen stond, maar waarvan we veel meer konden meenemen én die ook dezelfde geluidsprestaties leverde.” LNG, het bleek een nieuw avontuur op de weg naar duurzaam transport van Albert Heijn.

CO₂-reductie? Hoe dan?
“Door het Klimaatakkoord van Parijs werd duidelijk dat we CO₂ moesten reduceren. Dat was nog een hele puzzel voor ons en de steden waar we leverden. Het was een perfecte timing dat rond dezelfde tijd bleek dat LNG in potentie 10 tot 20% CO₂-reductie in zich had. Geweldig nieuws, maar we vroegen ons tegelijkertijd af hoe we een relatief nieuwe brandstof snel van de grond konden krijgen.” Peter Leegstraten vervolgt enthousiast: “De ervaring met de innovaties in trucks- en trailerssector leert, dat het acht tot tien jaar duurt voordat een innovatie volwassen is. Om LNG snel als volwaardige brandstof op de markt te zetten, zijn we gestart met het samenwerken in een driehoek met een truckfabrikant, een energieleverancier en wij als verlader gezamenlijk met een vervoerder. Ook het Nationaal LNG Platform speelde hierin een steeds grotere rol. We wisten op voorhand dat het gebruik van LNG in de ontwikkelingsjaren meer zou kosten, maar we hadden niet verwacht dat we tijdens de positieve ontwikkeling die LNG doormaakte, zo moesten vechten tegen de eindigheid van steun aan LNG.”

LNG in de schaduw van elektrisch en waterstof?
Door de komst van de Green Deal Zero Emissie Stedelijke Distributie ontstond de eerste tegenwind voor LNG. Juist op het moment dat Albert Heijn opschaalde met betere LNG-trucks, meer vervoerders aanhaakten, break even draaide door goede inzet van de trucks, subsidies en de LNG accijnskortingsregeling, had de overheid alleen maar oog voor ‘nul emissie’ in de stad. Op dat moment werd elektrisch vervoer naar voren geschoven. Als dat niet haalbaar bleek, zou waterstof een oplossing zijn. Het gevolg hiervan was, dat LNG als brandstof in het gedrang kwam bij de subsidieregelingen, waardoor er in 2017 een einde werd gemaakt aan de LNG accijnskortingsregeling.

“Er is niet één oplossing: het gaat om de mix”
Peter Leegstraten: “Rond diezelfde tijd concludeerden we dat er niet één oplossing bestond voor het ‘nul-emissie-probleem’. In 2017 heeft Albert Heijn een menukaart ontwikkeld, die pleit voor een combinatie van verschillende smaken brandstof. Dat is volgens ons als Albert Heijn dé oplossing om in 2025 de laagst mogelijke emissie-uitstoot te realiseren. De reden voor een combinatie van brandstoffen is dat de ene brandstof potentie heeft, maar nog niet ver genoeg ontwikkeld is, zoals elektrisch en waterstof. Terwijl een brandstof als LNG nu al grootschalig kan worden ingezet. We zijn er van overtuigd dat we vandaag al stappen vooruit kunnen én moeten maken. We moeten niet wachten tot 2025, 2030 wanneer er misschien nieuwere en betere oplossingen zijn. Onze menukaart hebben we ondertussen aangevuld met bio-LNG, want op den duur zal er een einde moeten komen aan de inzet van fossiele energie.”

Kan Albert Heijn met duurzamere transportoplossingen een goede bedrijfsvoering blijven voeren?
Peter Leegstraten: “Ja, dat kan zeker. Ons streven is dat we minimaal energie willen meenemen voor één dag transport. Albert Heijn rijdt weinig internationaal, alleen naar onze winkels in België, maar we rijden wel intensief tussen onze distributiecentra en winkels. Op het moment dat een vrachtwagen stilstaat om een batterij te laden of dat er vaker per dag getankt moet worden, verlies je zoveel capaciteit door wachten en omrijden, dat is niet de bedoeling. Daarom rijden we nu voor een significant deel op LNG en wordt er maximaal één keer per dag of minder getankt. Met dubbele tanks kunnen de chauffeurs doorgaans twee dagen vooruit.”

Albert Heijn kijkt uit naar het rijden op bio-LNG. Wanneer die stap gemaakt wordt, blijft er weinig emissie over en draagt het bedrijf bij aan veel CO₂-reductie. Maar daar blijft het niet bij. Met de menukaart in de hand blijft Albert Heijn continu brandstoffen testen en hun transport ontwikkelen. Hierdoor rijden er als test voor ons distributiecentrum in Zaandam vijf volledige elektrische trucks en twee hybride trucks. Daarnaast testen we ook drie snelladers voor de batterijen.”

Is LNG ondertussen een volwassen brandstof?
Peter Leegstraten: “Als ik terugkijk op de laatste 10 jaar, vind ik dat LNG op de doorbraak naar volwassenheid staat. Ik weet zeker dat LNG al volwassen zou zijn als het altijd als goede brandstofoplossing was gezien door iedereen. Europa ziet LNG op dit moment echt als een oplossing, kijk maar eens wat ze in Duitsland aan het doen zijn met belastingvoordelen. Ook België werkt met een lager belastingregime en forse subsidies. In Nederland hebben we met LNG de nodige hindernissen ondervonden in de discussies over accijnsbeleid. Als dat niet was gebeurd, waren we echt verder geweest met LNG. Maar goed, voor dit moment hebben we in ieder geval tot eind 2021 een belastingvoordeel, in afwachting tot een nieuwe regelset de intrede doet rondom de belasting op brandstoffen. Het mooie is, dat we ondertussen zien dat het LNG-gebruik groeit. Twee jaar geleden reed meer dan de helft van de LNG-trucks in Nederland voor Albert Heijn, nu is dat één derde. Dat komt niet omdat er bij ons minder LNG-trucks rijden, er komen er alleen maar meer op de weg. Dit is echt te danken aan de ontwikkelingen in de landen om ons heen.”

Is de transitie naar bio-LNG nu al mogelijk?
“De volgende stap is het rijden op bio-LNG”, vertelt Peter Leegstraten. “Bio-LNG is goed te beargumenteren als een schone brandstof, met name vanuit het oogpunt van reststoffen. Mest, reststoffen uit supermarkten, maar ook andere reststoffen vormen een prima basis. De transitie naar bio is belangrijk voor ons, omdat dat een enorme stap is naar de totale vergroening in de keten. Het zou fantastisch zijn als de overheid hier ook positief op inspringt, dan kunnen we hier een fantastische gezamenlijke boodschap uit halen. We zijn al dichter bij bio-LNG dan menigeen denkt!”

Rolande introduceert als eerste bedrijf fysiek bio-LNG in Nederland

Vandaag maakt LNG-leverancier Rolande bekend dat zij als eerste bedrijf in Nederland fysiek bio-LNG introduceert. Een duurzame primeur, want rijden op bio-LNG levert 99,8% CO₂-reductie op in het zwaar wegtransport.

Het gaat hier om een volledig biologische brandstof die gemaakt wordt uit (ISCC) gecertificeerde afvalstromen, zoals organisch huishoudelijk afval, mest, slib of landbouwafval. Rolande is een samenwerking gestart met Albert Heijn en PostNL. Voor Albert Heijn rijden 65 LNG-trucks op een blend van LNG en bio-LNG, bij PostNL gaat het om tientallen LNG-trucks. Lees hier het hele artikel.

Onderzoek Planbureau voor de Leefomgeving: “Inzet biomassa ten behoeve van energietransitie”

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat tot 2030 7,3 Megaton CO₂-reductie moet worden gerealiseerd in mobiliteit. Ongeveer 25% hiervan wordt ingezet op biobrandstoffen. De eeuwig terugkerende vraag is of er wel genoeg duurzame biomassa beschikbaar is. Om deze vraag te beantwoorden heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) afgelopen maanden onderzoek gedaan.

Conclusie van het onderzoek is dat het PBL het een riskante strategie lijkt als de overheid inzet op een klimaatneutrale circulaire economie zonder een significante rol voor biomassa. Bovendien ziet het PBL veel mogelijkheden om de huidige beschikbare biomassa te vergroten. De mogelijkheden binnen de landbouw zijn groter dan bij bosbouw. In de landbouw is er nog veel onbenut potentieel in het gebruik van marginale of verlaten landbouwgronden voor biomassateelt.

Het advies van het PBL is te komen tot een integraal duurzaamheidskader voor biomassa.